in memoriam Leo Etienne Cornelisse
71 jaar
Gedachten uitgesproken bij de uitvaartdienst van
Leo Etienne Cornelisse
door: Pater Gulickx


Beste mevrouw Comelisse, beste kinderen en kleinkinderen en familie, collega's, beste vrienden en kennissen, gij allen die hier in deze kerk bent samengekomen voor een eucharistieviering tot nagedachtenis en tot afscheid van de heer Comelisse.

Droefheid om het afscheid, dankbaarheid om de nagedachtenis. Als wij na-denken over het leven van de heer Comelisse, dan mag ik in dat na-denken voorgaan. Een beperkte visie, uiteraard, want zo nauw en intiem heb ik hem niet gekend. Maar omdat ik van nabij zijn sterven heb mogen zien, zijn voorbereiding op de dood, heeft die beperkte visie een diepere dimensie gekregen. Om die reden durf ik het wel aan om in dit samenzijn iets over hem te zeggen. Tot troost en steun van hen die hem veel beter kennen. Die door hun verbondenheid met hem ook veel beter zijn nagedachtenis zouden kunnen eren.

Negen jaar geleden werd hij op de Rijks H.B.S. S. voor mij collega, mijnheer Cornelisse. De oudere collega's noemden hem Leo, de jongere mijnheer. Dat was gemakkelijk omdat hij een heer was met zijn markante uiterlijk, zijn op het eerste gezicht wat strenge verschijning. Hij was stijlvol en verwachtte ook van de anderen stijl en omgangsvormen. Zijn artistieke gaven zouden hem nooit hebben verleid om zich buitenissig te kleden of anderszins uit de toon te vallen. Toen ik dezer dagen een oud?leerlinge vertelde, dat mijnheer Cornelisse ernstig ziek was, typeerde die hem toch spontaan met "Oh, die goede man". Zijn warm hart en gevoel heeft hij met zijn stijl en uiterlijke gestrengheid wat gecamoufleerd. Waarom hij dat gedaan heeft? Omdat hij een principieel katholiek was, opgegroeid en volwassen geworden in de tijd van het Rijke Roomse leven.

Gevoel van warmte en mildheid waren destijds de wegbereiders voor de zwakheid, die den val vooraf ging. Het leven vroeg om karakter, strengheid voor jezelf en anderen, plichtsbesef en zelfdiscipline. Hij kon altijd langs de achterdeur van zijn schilderen en tekenen de warmte van zijn gevoel en de gevoeligheid van zijn zintuigen gestalte geven. Zijn schilderijen blijven daarvan de stille getuigen. Hij was principieel katholiek maar gaf toch les op een Rijks H.B.S. Wij kunnen ons niet meer voorstellen, dat dat iets bijzonders was. Haast iets als een missionaris temidden der blanke heidenen. Maar dan zonder baard en het aureool van heiligheid. Dat doet me vermoeden dat hij met zijn scherpe blik van de tekenaar en schilder de vale plekken gezien heeft en het spinrag in het Roomse kerkelijke huis. Al een tijd voor paus Johannes de ramen openzette om de frisse wind binnen te laten. Hij was principieel katholiek, maar toen in zijn leven problemen kwamen waarin de principes overstegen werden door de warme menselijkheid, toen koos hij voor de warme menselijkheid. Met moeite, maar daarna ook van harte. Hij was traditioneel, zoals vaders meer traditioneel zijn dan moeders. Omdat vaders nu eenmaal niet zo dicht bij de levensstroom en de harteklop van de kinderen zijn. Hij had iets van Abraham die zijn zonen en dochters de steile berg van het leven wilde laten gaan die hij zelf had voorgebaand. En dan met de overlast van een groot gezin, in moeilijke tijden, in een onderwijssysteern waar het vak tekenen en artistieke creativiteit van de leerlingen nog niet zo werden gewaardeerd en gehonoreerd als in onze dagen. Zijn vaderlijke gestrengheid voor zijn kinderen en leerlingen werd nooit onbuigzame starheid. Omdat zij voortkwam uit een gevoel van verantwoordelijkheid, van plichtsbesef, van ervaren dat levensstijl de stijlheid van het leven kan overwinnen.

Over leerlingen heb ik hem nooit hard horen oordelen. Al zal hij ongetwijfeld wel eens gegriezeld hebben over de veranderende jeugd. Een verandering die zich naar buiten aandiende met lange haren, vreemde kleding en vrijere omgangsvormen. Hij stond wel open voor nieuwe wegen, maar dan moest hij wel aan de horizon stijl en kleuren ontdekken die hem wat vertrouwd waren. Het mocht niet te bont worden voor zijn schildersoog. Het einde van zijn levensweg die voerde naar de dood vond hij, geloof ik, ook te gek, te absurd. Hij vertolkte daarmee een heel modern levensgevoel.

De ziekte waaraan hij zou sterven kondigde zich al tien jaar geleden aan. Hij onderging manmoedig pijn en operaties en stapte daarna weer stijlvol door het leven. Hij was gevoelig voor de belangstelling naar zijn ziekte en staat van gezondheid. Niet uit zelfmedelijden of aandacht trekken, maar meer om bij ons de bevestiging te vinden van zijn vitaliteit en levenskracht. Ik geloof, dat zelfs de dood respect voor hem kreeg. Tot op die Tweede Kerstdagavond zijn vriend Frans hem moest zeggen, dat zijn levenswerk naar het einde liep. Hij was maar even verwonderd, zette maar even grote ogen op. Toen was alles goed en waren wij bij hem, moeder Comelisse en de kinderen en Frans en ik waren er ook bij. Een grote familie rond vader Comelisse. Daarom durf ik dit te vertellen tot na-gedachtenis.

De kerkelijke liturgie beweegt zich dikwijls ver van het dagelijks leven en werken van de gelovigen. Mijnheer Cornelisse wilde geen mis aan huis: dat hoorde in de kerk thuis. Maar nu komt zijn voorbeeldig leven en sterven naar de kerk toe om het door deze eucharistieviering tot een hoger en verreikender plan te verheffen.

Christus heeft gezegd: "Doet dit tot mijn gedachtenis, tot ik wederkom in een nieuwe wereld waarin alle mensen goed voor elkaar zijn en God alles in allen". Door het leven en sterven van mijnheer Cornelisse is het komend Godsrijk naderbij gekomen. Want wij allen zijn rondom hem dichter bij elkaar gekomen, vertrouwder, geloviger in de zin van leven en sterven, getroost door de gedachte waarmee ik nu wil eindigen:

Zij zijn niet waarlijk dood

Die in ons harte leven. Amen